Wat is PNI?

Robert Ader (psycholoog), Nicholas Cohen (immunoloog) en David Felten (neurowetenschapper) waren de eerste wetenschappers die duidelijk maakten dat er interactie bestaat tussen de psyche, het zenuwstelsel en het immuunsysteem en zijn dan ook de grondleggers van de Psycho-Neuro-Immunologie.

Inmiddels heeft deze wetenschap een enorme ontwikkeling doorgemaakt en is duidelijk dat tussen alle systemen in het lichaam interacties bestaan. Psycho-Neuro-Immunologie zou net zo goed Psycho-Neuro-Endocrino-Socio-Musculo-Immunologie kunnen heten, ware het niet dat deze naam niet meer uitspreekbaar is.

De PNI houdt zich bezig met de werking van alle lichaamssystemen in totale onderlinge samenhang. De klinische PNI houdt zich bezig met de toepassing van de PNI in de dagelijkse praktijk.

Klinische PNI is dus de praktische toepassing van de wetenschap die zich bezighoudt met de interacties tussen de psyche, het neurologisch systeem, het immunologisch systeem en het endocrinologisch systeem en de uitwerking van die interacties op de activiteit van genen en daarmee het fenotype van de mens.

Klinische PNI als wetenschap is gebaseerd op kennis van werkingsmechanismen, epidemiologische data, onderzoek in vitro, in vivo en waar aanwezig humaan klinisch onderzoek. Deze combinatie van kennis en gegevens wordt vervolgens omgezet in werkbare klinische modellen gefundeerd op harde wetenschappelijke feiten. Diagnostiek en het kunnen interpreteren van diagnostische gegevens is een belangrijke vaardigheid binnen de kPNI en noodzakelijk om te kunnen komen tot de juiste therapiekeuze.

In kPNI-interventies staat het opsporen van verstoorde werkingsmechanismen centraal. Een werkingsmechanisme is de manier waarop een proces in het lichaam functioneert. Insulineresistentie is bijvoorbeeld een fysiologisch werkingsmechanisme, maar als insulineresistentie chronisch is, dan is het werkingsmechanisme verstoord.

kPNI-interventies zijn gericht op het herstellen van verstoorde werkingsmechanismen met behulp van voeding, beweging en gedragstherapie. Voedingssupplementen, fyto-therapeutica en andere functionele natuurlijke interventies kunnen ter ondersteuning worden ingezet.

Binnen het opsporen van de verstoorde werkingsmechanismen in de kPNI nemen metamodellen een belangrijke plaats in.

Metamodellen zijn overkoepelende modellen die de wetenschap structuur geven. Metamodellen worden bijvoorbeeld gebruikt om de invloed van allerlei (risico) factoren, zowel fysieke als omgevingsfactoren, op het ontstaan van ziekten in kaart te brengen. De metamodellen waarmee binnen de kPNI gewerkt wordt, zijn:

  • Metamodel 1: de ziektefilm
  • Metamodel 2: de zeven componenten
  • Metamodel 3: tekst/ context
  • Metamodel 4: “metabolic programming”
  • Metamodel 5: energieverdeling, verwaarlozing en hyperactiviteit.

In de diagnostiek wordt binnen de kPNI gebruik gemaakt van:

  • Anamnese
  • Lijst van functionele parameters
  • Gevalideerde vragenlijsten
  • Gevalideerde meetinstrumenten zoals: Trier Social Stress Test, Cold stress test en Maastricht geassocieerde stress test
  • Testen zoals: Biochemisch onderzoek (bloed, feces, urine, speeksel)

In de behandeling wordt binnen de kPNI gebruik gemaakt van:

  • Neuropsychologische educatie (deep learning)
  • Reframing
  • SFBT
  • Resoleomics
  • Voeding (inclusief maar niet uitsluitend voedingssupplementen, fyto-therapeutica)
  • Beweging
  • Natuurlijke interventies zoals warmte, koude, ademhalingsoefeningen, herstel bioritme